• Vleursvloer

    Albert Heijn Hoofddorp

    Het heeft allemaal in dit FoodPersonality (en ook in andere) gestaan: dit voorjaar vernieuwde Albert Heijn in een van z’n filialen in Hoofddorp (filiaal Genderenplein) zowel assortiment als presentatie, vooral de agf-afdeling en de maaltijdopties die daar altijd bij in de buurt staan. Inmiddels heeft AH bekendgemaakt dat wat in Hoofddorp is gedaan, nu ook in 24 andere AH’s gaat komen. Het lijkt een geslaagd initiatief. Maar eens kijken wat ik er ervaar als ik er boodschappen ga doen en rondneuzen

     

    Als je binnenkomt, zie je als eerste een groot eiland van met voor mij toch wel verrassend seizoensfruit in de aanbieding: pluots en wilde perziken. Pluots zien eruit als kleine ronde appeltjes, iets tussen een pruim en een abrikoos in. Wilde perziken kennen we wel, dat zijn die wat platgeslagen perziken. Op het scherm staat informatie over welke groente en fruit er dit seizoen zijn. Hierdoor maak ik kennis met een nieuwe vrucht, in de aanbieding, dus maar een klein risico als het niet lekker blijkt te zijn. Bij de groente komt vochtige damp uit een leiding, ziet er spannend uit, maar ik begrijp als klant eigenlijk niet wat het voor de groente doet. Nader onderzoek op internet (en een eerdere reportage in dit blad) wijst uit dat dit ‘dry mist’ heet en dat het volgens AH agf langer houdbaar maakt: de druppeltjes zorgen ervoor dat de groente en fruit niet uitdrogen en zorgen ook voor verkoeling, waardoor de producten ’s nachts niet naar de koelcel hoeven. Minder derving, mooi, maar als klant zou ik denken dat de groente bij AH altijd vers is. Dit lijkt dus meer een besparing dan een consumentenvoordeel. Daarnaast is er minder plastic nodig, waarschijnlijk omdat de producten minder uitdrogen. Minder plastic zal de consument zeker toejuichen. Ondanks alle schermen en communicatie meldt AH hier niks over aan mij als ik er ben. Zelf scheppen, knippen of pakken is wel het nieuwe stramien van deze AH. Er is een heel schap met ‘schepsnoepgroente’. Zelf kiezen uit verschillende soorten snoepgroente en die in een beker doen. Naast de bekende tomaatjes en parikaatjes in meer kleuren ook radijs en minikomkommertjes, bakjes, vorkjes, mesjes erbij… de radijsjes lijken nog minder hard te lopen. Of ze kunnen minder tegen los in bakken liggen. Ze zien er wat minder uit. Maar misschien moeten we daar nog aan wennen bij snoepgroente. Of zouden ze gebaat zijn bij ‘droge mist’?

     

    Daarnaast kun je zelf kruiden afknippen en per 10 gram afrekenen. En verschillende soorten losse paddenstoelen zelf in een zak doen. Als ik me omdraai, zie ik het ‘grow your own’- schap, een vier meter lang schap vol met zaadjes, stekjes en plantjes om je eigen groente, fruit en kruiden te kweken in je eigen moestuin. Maar er liggen ook zakken met bollen, zoals tulpenbollen. De moestuin… als vervolg op de succesvolle moestuinacties lijkt het inderdaad een superidee, maar het lijkt me vooral iets voor het voorjaar. Ik ben benieuwd of mensen bloembollen bij de Appie gaan kopen in andere seizoenen.

     

    Dan kom ik bij een eiland met de groentepakketten zoals ik die ook uit mijn AH ken. En daarnaast liggen twee Allerhande-maaltijdboxen, met complete maaltijden, inclusief vlees. Dat hebben wij niet in onze AH. Zo te zien worden de maaltijden elke week gewisseld. Ik kan kiezen uit een tostadapakket en een pakket kiptajine met couscous. Ik kies voor het tostadapakket, met avocado’s, ei en een salsa van limoentomaten, dat ook nog eens vegetarisch is. Goed dat AH ook meer met vegetarisch doet, daar spreekt AH de vegetariërs mee aan, maar ook de flexitariërs die het lastig vinden een lekkere vegetarische maaltijd op tafel te zetten. Even een zijpaadje: die tostada’s naderhand thuis klaarmaken levert een verrassende en lekkere maaltijd op, maar is behoorlijk wat werk nog.

     

    Een ‘kwartiertje en klaar’? Nee, ik geloof niet dat ik dat gered heb. Of was dat voor de andere serie producten, ‘Koken voor 2’? De prijs is met z’n € 12,50 voor twee personen ook nog wel pittig. Als ik op Ah.nl kijk, zie ik dat er elke week acht Allerhande-maaltijdpakketten zijn, waarbij je kunt kiezen tussen twee of vier personen. Maar dat lijkt te veel om allemaal in de winkel te leggen. Na de maaltijdboxen gaat het schap over in stoommaaltijden en salades, gepresenteerd in een zogeheten ‘watervalkoeling’, waardoor je de producten beter ziet dan in een wandkoeling. Tot slot staan hier ook de bekers verse pureersoep, bekers vol gesneden verse groente met een kruidenzakje erbij, waarmee je in vijftien minuten verse zelfgemaakte soep kunt maken. Ik loop door naar de borrelcorner, het nieuwe, ‘vierde’ maaltijdmoment. Die ziet er mooi uit. Een blik op de producten verrast me wel: er liggen ook producten als ham en filet americain, dat is voor mij persoonlijk gewoon broodbeleg. De achterwand vormt wel weer een verleidelijke presentatie met buitenlandse kazen en tapas, maar daar zou ik dan ook meer wijn bij verwachten; nee, niet de hele categorie, maar gewoon wat wijn als impuls, zoals ik dat in sommige AH XL’s al eerder zag. Het is toch een borrelassortiment?

     

    Bij de dkw is bijna niks veranderd, op twee elementen na: elektronische prijskaartjes en bij sommige productgroepen is dat idee van ‘zelf tappen, pakken, samenstellen’ doorgetrokken. Bij een patisseriekoeling met bonbons: zelf pakken en je keuze samenstellen. Daaronder: zelf scheppen met keuze uit zes soorten nootjes met chocoladecoating. Zelf tappen, ook bij het broodbeleg, keuze uit vijf soorten hagelslag en drie soorten gepofte maïs (met choco-omhulling). Al met al? Sommige details hebben me verbaasd, maar desondanks: alles bij elkaar veel gezonde vernieuwing, veel nadruk op innovatie, verse agf, gemak en zelf kiezen. Wat mij betreft, blijft het niet bij die 24 AH’s, maar mag het in ‘mijn AH’ ook doorgevoerd worden.

    Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Reageren? Mail evelyn@ct-company.nl

  • Van grenswinkel naar versformule

    NAANHOF IN VAALS

    We zijn hier in een winkel met de naam Naanhof. Het woord ‘keten’ is wat veel van het goede: Naanhof omvat drie vestigingen. In Nuth, Vaals en Vlodrop. Maar het is wel een complete levensmiddelenwinkel, met vlees, vleeswaren, agf, brood, kaas, de gebruikelijke dkw en non-food. Maar ook weer een horecabuffet, met allerlei gegrild vlees. En verderop een ruimte om je eten en drinken te nuttigen. Wat is Naanhof? In Nuth is het een boerderijwinkel, maar in Vlodrop en hier in Vaals is het meer een winkel met een assortiment voor de Duitser en zelfs voor de Belg. De noemer die het bedrijf Schoonbroodt ervoor gebruikt, is ‘verswinkel’. Als je richting Vaals rijdt, en je rijdt niet naar het Drielandenpunt, maar gewoon naar en door Vaals, over de hoofdstraat, dan begint het winkelaanbod nog redelijk ‘Hollands’, met bijvoorbeeld een Albert Heijn en Hema, je ziet de logo’s verderop. Rij je echter een paar honderd meter verder, dan worden de indrukken al meer Duits. Helemaal aan het einde van die straat komt aan de rechterkant opeens een grote witte pui en een net zo grote glazen wand opdoemen, met het groen en geel van Naanhof. En in de gauwigheid zie je dat er ook een Aldi bij zit.

     

    En dan moet je stoppen. Want anders rij je voorbij het bord ‘Bundesrepublik Deutschland’. Nou, sterker nog, anders rij je zó Aken in. Vaals mag dan een stadje of dorp zijn van ruim 9.000 inwoners, aan de andere kant van dat grensbord begint meteen Aken. Geen echt grote stad naar Duitse begrippen, maar wel naar Nederlandse: 250.000 inwoners. Als Aken in Nederland zou liggen, zou het de vijfde stad van ons land zijn, in het ranglijstje nog vóór Eindhoven. En dat is op de parkeerplek vóór Naanhof ook goed te zien, allemaal Volkswagens en Audi’s met ‘AC’ in het kenteken, van ‘Aachen’. Is deze Naanhof dan meer een winkel voor Duitse consumenten? Ja en nee. Ja, in die zin dat tot voor kort ongeveer 90% van de kassatransacties in deze Naanhof een Duitse transactie was, vertelt Rachèl Dautzenberg-Schoonbroodt. Ja, in die zin dat je vaak naast de Nederlandstalige bordjes op schappen en koelingen ook Duitstalige ziet. Maar inmiddels – na de verbouwing van afgelopen juli – is dat idee van ‘een grote levensmiddelenzaak voor Duitsers uit Aken en omgeving’ een beetje aan het veranderen.

     

    Rachèl Dautzenberg-Schoonbroodt is telg uit de familie die Naanhof oprichtte, zij behoort tot de derde generatie van het bedrijf Schoonbroodt, dat een combinatie vormt van de verswinkels onder de naam Naanhof, zb-groothandel voor horecabedrijven in Limburg (de naam: Horeca Plus) en een internationale groothandel in (diepvries)vlees met productie en transport (de naam: Gebr. Schoonbroodt). Hoe zit dat dan? De opa en oma van Dautzenberg-Schoonbroodt begonnen in 1945 (kort na de Tweede Wereldoorlog) met de verkoop van levensmiddelen op hun boerderij, Naanhof. Die was en is gelegen aan de rand van Nuth, onder de rook van Geleen en Heerlen. Het was een kippenboerderij, maar er groeiden ook gewassen. De familie verkocht kippenvlees, maar gaandeweg ook agf. In 1979 werd de boerderijwinkel een verswinkel, verse producten tegen een concurrerende prijs. Het kreeg de naam ‘versboerderij Naanhof ’. Onder leiding van de huidige eigenaar, Pierre Schoonbroodt, is het geheel uitgegroeid tot de drie hoofdactiviteiten, verswinkel Naanhof, horecagroothandel Horeca Plus en de internationale groothandel. En een familiebedrijf is het klaarblijkelijk nog steeds, Dautzenberg-Schoonbroodt is samen met haar zus Stéphanie verantwoordelijk voor de drie Naanhof-winkels. Broer Erwin doet de horecagroothandel in Nuth en Maastricht.

     

    Nu is Schoonbroodt al een bedrijf met verschillende activiteiten, maar ook Naanhof hier in Vaals met z’n 1.300 m2 vvo is een winkel met verschillende functies. Dat zien we aan de verschillende categorieën. Lokale, Nederlandse behoeften en ‘net iets minder lokale’, Duitse behoeften komen samen hier in één winkel. Voor de Duitsers is het een winkel om voorraden in te slaan, met prijs als belangrijke trekker. Voor de mensen uit Vaals en omgeving is het veel meer een verswinkel, voor dagelijkse levensmiddelen. Deze Naanhof is afgelopen zomer grondig verbouwd en gemoderniseerd. DautzenbergSchoonbroodt: “Juist met de recente verbouwing wilden we met Naanhof geen winkel voor vooral de Duitse consument meer zijn, maar veel meer voor de mensen uit Vaals en omgeving. En dat zien we nu ook veranderen. De verhouding tussen voorraadaankopen en versaankopen komt nu meer in evenwicht.”

    We komen nu meer bij de productgroepen en de ruimte waar de Duitse klanten op afkomen. Op voorraadartikelen, met een lage prijs, eventueel op actiebasis. Bulk/massa/ volume, en seizoensmatig, met een ‘partijen’-achtige uitstraling. Naanhof verkoopt kennelijk vrij veel frisdrank. De presentatie is ten eerste op pallets en ten tweede, je koopt het in hele trays. De reden? Nederland is een ‘goedkoop land’ met frisdrank, omdat het geen statiegeld heft op blik, en Duitsland wel. Verder zien we – vermoedelijk op in-outbasis – snacks die uitgemonsterd zijn alsof ze alleen voor fans zijn, zoals snacks met alles in rood-wit-blauw zoals Bayern München of zwart-geel zoals Borussia Dortmund. (Wij zouden zeggen dat Naanhof in dat geval vooral spulletjes in de opmaak van 1. FC Köln zou moeten hebben, want dat is de dichtstbijzijnde Bundesligaclub hier.)

    Bovendien: het is zeker niet zo dat de Duitse klant vooral dkw komt kopen en de Nederlandse klant vooral vers, dat loopt steeds meer door elkaar, aldus Dautzenberg-Schoonbroodt. Dat is ook goed te zien aan bijvoorbeeld het vleesassortiment, waar Nederlandse producten afgewisseld worden met Duitse producten als ‘Schweinehaxe’. We zien de invloed van de Duitse klant bijvoorbeeld ook bij de afdeling voor ko�e en thee, waar veel Duitse merken te vinden zijn en waar bij de koffiebonenmaler duidelijk te lezen staat dat de Duitse klant hier geen ‘Kaffeesteuer’ (koffiebelasting) betaalt.

     

    We zien ook een opmerkelijk groot schap met medicijnen. Wat blijkt? In Duitsland mogen Edeka, Rewe, Aldi, Lidl etc. geen medicijnen verkopen, dat is voorbehouden aan apothekers. In Nederland mogen supermarkten dat voor een deel van het aanbod wél. Naanhof ook, dus vind je net vóór de kassa een aanbod otc-middelen

    Rachèl Dautzenberg-Schoonbroodt, kleindochter van de oprichters, dochter van de huidige eigenaar en tegenwoordig binnen het bedrijf ‘Schoonbroodt’ verantwoordelijk voor de drie Naanhof-vestigingen, in Nuth, Vlodrop en hier in Vaals.

    Agf is de productgroep waar de bezoeker van Naanhof als eerste ‘tegen aanloopt’. De kratten frontaal in de looprichting, het plafond voorzien van sfeerlicht aan een zwartgekleurd ophangsysteem dat meteen ook de afdeling ‘lager maakt’ en er meer eenheid van maakt. Hier staat voorop: keuze en kwaliteit. We bedoelen daarmee: Naanhof heeft in dit filiaal een mix van ‘nu eens meer het accent op prijs, dan weer het accent meer op kwaliteit en keuze’, ook al afhankelijk van welke klant het meeste belang toekent aan welke categorie. Bij agf is dat kwaliteit en keuze, want Naanhof noemt zich vooral ‘verswinkel’ – al wordt er inderdaad ook gefolderd en geadverteerd met prijsacties binnen bijna elke categorie die Naanhof biedt.

    De winkel is behalve vernieuwd ook uitgebreid. Naanhof besloot in dit winkelcentrum er flink wat ruimte bij te nemen, en dat kon ook, omdat de leegstand erin sloop. Eerst maakte een Vögele- filiaal deel uit van dit winkelcentrum, dat is nu een ‘Miller & Monroe’, de formule die Vögele is opgevolgd. Maar het vroegere reisbureau is weg, dat werden ‘Naanhof-meters’. En – wat Dautzenberg-Schoonbroodt nogal stoorde – enkele jaren geleden ging de horecavoorziening uit dit winkelcentrum weg. Zij wilde meteen een opvolging daarvan, om zoveel mogelijk functies binnen het centrum te behouden en om zodoende de attractiviteit te behouden. En het duurde en duurde… Het winkelcentrum wisselde in die tijd drie keer van vastgoedeigenaar. “Uiteindelijk hebben we die ruimte zelf maar gehuurd. We hebben kennis van de horeca, dat zijn in Nuth en Maastricht immers onze afnemers. En onze grill- en horecaunit fungeert nu ook als productieplek voor de klanten die van onze horecavoorziening gebruik maken. Als andere partijen niet meer voor een adequate invulling van dit centrum zorgen, dan doen we het zelf.”

     

    De Aldi pal naast Naanhof vindt DautzenbergSchoonbroodt geen enkel bezwaar, die versterkt juist eerder de klantenaanloop naar dit winkelcentrum. Ook in Vlodrop vormen Naanhof en Aldi een koppel. Maar is al dat eten en drinken van Naanhof voor zowel de Duitse als de Nederlandse klant dan niet aan de prijzige kant, met een Aldi meteen ernaast? Dautzenberg-Schoonbroodt: “We hebben . altijd zoveel mogelijk onderscheidend assortiment gevoerd, maar je moet de klant ook op prijs verleiden. We kunnen onszelf niet vergelijken met een grote Nederlands of Duitse supermarktketen. We móeten prijsconcurrerend zijn, tegelijk met de nadruk op de kwaliteit van ons versaanbod. Dat is een tegenstelling waar we sinds jaar en dag mee werken. Prijsconcurrerend zijn is ook altijd een uitgangspunt geweest. We zijn groot geworden door klein te blijven.

     

    Dat houdt ook in dat je altijd moet blijven nagaan of je jezelf niet uit de markt prijst. De concurrentie zit niet stil, daar zijn we ons zeer bewust van. Zo zijn onze vlaaien echt significant goedkoper dan de vlaaien van een ambachtelijke banketbakker, terwijl onze kwaliteit dat toch evenaart. En kijk je naar ons vlees – waar het ooit allemaal mee begon – dan is prijs juist een van onze pijlers – mét een topkwaliteit, denk ook aan de poeliers en horecaspelers die ons vlees afnemen.”

    Deze bedieningsafdeling voor kaas en vleeswaren is het visuele hart van de winkel. Meer nog dan voor het kaasaanbod geldt dat voor de vleeswaren, wat ook niet moet verbazen omdat Naanhof in Nuth van oorsprong een pluimveeboerderij was.

    De klant ziet heus niet overal in deze winkel dat Naanhof van oorsprong een boerderij met een boerderijwinkel is, maar hier bij de kassa wordt dit nog eens nadrukkelijk verteld.

    Naanhof is een verswinkel en dus bieden de drie winkels brood en gebak, maar gebak valt van die twee visueel veel meer op dan het brood (dat alleen maar in zelfbediening wordt verkocht, en dat verkleint de ‘beleving van brood’). Naanhof heeft een assortiment van maar liefst veertig soorten vlaai. Niet gek, voor een keten van drie winkels die alle drie in Midden- dan wel Zuid-Limburg gevestigd zijn. Net zoals bijvoorbeeld van alle supermarkten Jan Linders het meeste aan vlaaien aanbiedt. Nee, niet gek. Maar het is ook weer niet zo dat de Limburgse klant alleen maar eet wat van oudsher bekend is. De meest opvallende vlaaivariant vinden wij de ‘Brusselse chocolademousse’. Elke traditie ondergaat invloeden van andere keukens, andere smaken. Naanhof heeft geen eigen bakkerij, maar koopt deze in bij een vaste leverancier/bakkerijbedrijf

    Tot nu dachten we: ‘een artikel is óf voor de Nederlandse consument, die uit Vaals en omgeving komt, of voor de Duitse consument’, maar bij vlees zien we dat het duidelijk ook voor beide kan. Bijna alle vlees heeft een inhoud van ofwel 500 gram, ofwel 1 kg. En dit vleesaanbod is enerzijds laaggeprijsd, terwijl het anderzijds meteen ook het meeste de ‘signatuur van Naanhof’ is – de voormalige kippenboerderij dus. De productbeschrijvingen op de verpakking zijn in het Nederlands en in het Duits. Soms zie je ‘ijsbeen’ staan, van het Duitse Eisbein. Of een Duitse benaming, zoals ‘Schweinehaxe’. Dat bord: dat moet je als retailer maar op de kop weten te tikken, behoorlijk retro. Een oud bord met daarop: ‘tableau synoptique de boucherie’, ‘vleeschhouwerijplaat’, ‘butchery’s table’ en ‘Schlachtfleischtabelle’

    Hier wordt alweer opgeruimd en schoongemaakt, want het dagelijkse volume is er alweer bijna doorheen, het is de grillcorner van Naanhof. De producten omvatten vooral kip en ander pluimvee – denk aan wat Naanhof vroeger was – en verder is er eigenlijk alles wat een lunch, tussendoortje of een complete maaltijd kan zijn, van belegde sandwich tot een stukje vlaai tot een gegrild haantje met patat. Wie z’n gegrild product niet mee wil nemen, maar daar meteen wil opeten: dat kan, in de horecaruimte met 140 zitplaatsen, een paar meter verderop

  • De geeuwhonger van Jumbo; impuls voor de sector

    Maar niet zonder schoonheidsfoutjes

    Compliment aan Jumbo voor de manier waarop het de binnenstad van levendigheid voorziet.

    Maar een Emté dichtdoen, dat ging minder van een leien dakje.

     

    Op woensdag 29 augustus ging er een combinatie van een Jumbo City en een La Place open, in Nijmegen, de tiende stad van Nederland – en toevallig ook de stad waar dit blad elke maand gemaakt wordt. Natuurlijk, we gingen kijken. Nee, niet tijdens de opening, maar wel ‘gewoon, op de zaterdagmiddag’. Een goed tijdstip, omdat je dan kunt zien in hoeverre winkelende consumenten in die Nijmeegse binnenstad een Jumbo City inlopen. Of een La Place. Hoe een La Place eruitziet, hoeven we niemand meer te vertellen. En hoe een Jumbo City eruitziet evenmin. Toegegeven, daar zijn er nog niet zo veel van, maar het beeld van veel versartikelen, veel food en nauwelijks non-food en bedieningsafdelingen voor belegde broodjes, pizza’s etc. volgens de uitomonstering van La Place, dat zal iedereen die de sector volgt inmiddels wel kennen.

     

    De Nijmegenaren niet. Je winkelt in je eigen stad (oké, de tripjes naar een grotere stad niet meegeteld). En je doet boodschappen in een supermarkt die jou bevalt en die niet al te ver van jou vandaan is. En daarom is het niet verbazend dat op zo’n zonnige zaterdagmiddag in de Jumbo City mensen een beetje verdwaasd rondkijken. Allemaal producten die nieuw en anders zijn. Allemaal mooi vormgegeven, modern – en of ze lekker zijn en het geld waard, dat moet iedereen thuis dan maar beoordelen, maar de drukte in zo’n net geopende Jumbo City illustreert iets positiefs: interesse, verrassing, nieuwsgierigheid… Jong en oud kijken hun ogen uit, oud nog meer dan jong. Wat doet ‘oud’ in een gemakswinkel? ‘Oud’, dat loopt ook rond daar in hartje Nijmegen, desnoods met rollator, om te kijken… ja, om te kijken hoe dat oude, best wel lelijke voormalige V&D-pand in hartje Nijmegen opnieuw gevuld is. Wat iedereen wel fijn vindt, want een grote betonnen kolos van een vroegere V&D die leegstaat, daar heeft niemand wat aan. En het vergaat de La Place-vestiging net zo. Verraste klanten, ook al kennen we wellicht de formule al jaren. Nieuwsgierige klanten, de tafels zijn overal goed bezet, terwijl het gewoon half drie is.

     

    En we hebben ook een blikvanger, daar in Nijmegen: een dakterras. Een dakterras waar je – vanuit het dak van die betonnen kolos – naar de mooiere plekjes van de stad kunt kijken. Voor degene die Nijmegen niet kent: wat in het centrum na het bombardement heel is gebleven, heeft een redelijke tot hoge monumentale waarde, en wat na het bombardement in alle snelheid na de oorlog is opgebouwd, volstrekt niet. Maar vanuit het dakterras van La Place kun je lekker naar het mooie Waaggebouw staren, of de Sint-Stevenskerk en de oude woonpanden in een ovaal daaromheen. Dat dakterras heeft bovendien nog een gek strookje groen. Stadslandbouw? Nou, een variant erop: een strook groen. En dan een strook met verse kruiden. Die gebruikt La Place voor de gerechten beneden. Even voor alle duidelijkheid: beganegronds Jumbo City, op de eerste etage La Place met vooral de keukens en ook wat zitplaatsen, op de derde etage allemaal zitplaatsen en ‘de vierde etage’ is dat dakterras. Natuurlijk, naarmate de herfst in aantocht is, zal de relevantie van dat terras afnemen, maar in het voorjaar zal dat weer anders zijn.

     

    Deze feestelijke indruk zal ook een feestelijk gevoel opleveren in Veghel. Nieuwsgierige klanten die ook nog eens blij zijn dat een leegstandskwestie is opgelost. Deze feestelijke indruk is ook goed voor de sector, zowel de horeca- als de supermarktsector. De geeuwhonger van Jumbo is een stimulans voor de sector. Daar waar anderen wellicht erover denken om niet te hard uit te willen breiden zolang Amazon, Tencent en Alibaba de grote beursgroeiers lijken te worden, speelt Jumbo Rupsje Nooitgenoeg. En dat is maar goed ook; vernieuwing en verandering in het winkellandschap… komt vaak van Jumbo. Oké, laten we de anderen niet te kort doen: toen C1000 te koop was, had Sligro Food Group die ook graag willen hebben, of Plus Retail. En toen de formule van Sligro Food Group – Emté – opeens te koop werd aangeboden, was Jumbo (in een consortium met Coop) niet de enige geïnteresseerde. Maar áls Jumbo toeslaat, gebéurt er ook wat.

    Het dakterras van de nieuwe La Place in Nijmegen (zie de eerste foto) heeft al de nodige bekijks gehad. Waarschijnlijk ook van deze dame, die op de dag van de heropening van dit vroegere V&D-gebouw ’s ochtends al voor de deur staat.

    En Jumbo raakt z’n honger maar niet kwijt; zo pas nog moest recepten- en gerechtensite Smulweb er ook bij. Straks koopt het ook nog Heel Holland Bakt om er Heel Holland Hallo Jumbo van te maken.

     

    Maar kijk, niet alles gaat van een leien dakje. Neem nou de Emté in Hatert, een wat minder aantrekkelijke wijk in Nijmegen-west, een wijk waar voormalig Unilever-commissaris en voormalig minister van ‘Wonen, Wijken en Integratie’ Ella Vogelaar een term voor had gehad. Nee, niet ‘dividendbelastingwijk’. Super de Boer, C1000, La Place, Emté, Smulweb; ook een stad als Nijmegen is zozeer aan het vergelen dat we ogen te kort komen, La Place met Jumbo City neerzetten in het centrum, Emté ombouwen tot Jumbo in de wijk en winkelcentrum Hatert. Alleen… Wat we bedoelen? Het is op z’n minst prikkelend om eens door een supermarkt te lopen die gaat sluiten, zeker als die als formule gaat verdwijnen: een indruk van de onderbuik van de supermarktsector, zoiets

     

    Dat willen we niet omdat Jumbo op 23 augustus al naar de pers mailt: ‘Filiaalmanager Patrick van der Plas is trots op de vernieuwde winkel: “Onze supermarkt heeft de afgelopen maanden een volledige metamorfose ondergaan naar de Jumboformule en telt nu bijna 1.500 m2 winkelplezier.”’ O, dus er staat – op 23 augustus – al een gloednieuwe Jumbo? Nee, iets te snel gemaild, mensen. Nog een keer de filiaalmanager in diezelfde mail: “Ik wil iedereen van harte uitnodigen om op 19 september een kijkje te komen nemen in onze mooie Jumbo-winkel.” Hoe zit het nou? Die Emté gaat op zaterdag 1 september dicht, om vervolgens op woensdag 19 september heropend te worden als Jumbo. Dus een dag eerder, vrijdag 31 augustus, zijn we naar die Emté getogen. Om voor een dichte deur te staan. Hoe dat kan? Gewoonlijk is deze Emté op vrijdagavond tot negen uur open. En ook op de laatste dag van augustus, hebben we op internet gelezen. Zaterdag 1 september zal de laatste dag zijn dat-ie als Emté open is… Maar die vrijdag is-ie niet tot negen uur open. Maar tot zes uur. Dat lezen we op een A4’tje, opgehangen aan de winkeldeur. Alle info op het net, van ‘opentot.nl’ tot ‘Jumbo.com’, zegt niet wat hier op dat A4’tje staat. Geeft niks.

     

    We zijn niet de enigen die voor die dichte deur staan. Die anderen blijven er onverschillig bij, en lopen na enig gedraal naar de Lidl die ertegenover zit. Een dag later, na ’s middags in die Jumbo City en La Place vol oohs en aahs en verraste mensen te hebben rondgelopen, rijden we nog eens naar die Emté. Want – zo stond er op dat A4’tje dat we die dag eerder lazen – ‘zaterdag zijn we voor het laatst open, vanaf 8 uur ‘s morgens’. Dus een dag later staan we weer voor die Emtéingang. Die weer dicht is. Anderen blijven er onverschillig bij, en doen wat we een dag eerder zagen, ze lopen naar de Lidl ertegenover. Op de parkeerplaats bij het winkelcentrum staat een geel soort bushokje. Daar staat een in geel en zwart geklede, vriendelijke dame geïnteresseerden uit te leggen wat Jumbo.com is. Enneh, de Zeven Zekerheden. Grootste assortiment, beste service, laagste prijzen, affjn, u kent het wel. We vragen aan de dame hoe het kan dat die Emté ondanks dat A4’tje op de deur tóch weer dicht is. Het blijkt dat deze Emté inderdaad die zaterdag geopend is geweest. Maar: tot drie uur, in plaats van zes uur. Stond dat er niet bij? O, dat is dan jammer.

     

    “Maar we hebben wel flyers uitgedeeld”, zegt ze nog, ter vergoelijking. We vragen haar ook nog of zij of collega’s van haar van zaterdag 1 september t/m woensdag 19 september – de dag waarop die winkel als Jumbo heropend wordt – elke dag in dit bushokje zullen posten om verwarring onder consumenten te voorkomen (en daarbij, je moet dan maar op het idee komen om hier te parkeren en niet aan de voorkant van het winkelcentrum te stoppen, dan zie je dat gele bushokje niet). Wat blijkt? “We staan hier tot woensdag. Of, nee, misschien dinsdag. Want woensdag is hier markt en we mogen van de gemeente dan hier niet staan, misschien. Dat weet ik ook niet zeker.” Overnemen. Het levert een bedrijf zelfvertrouwen, enthousiasme en flow op. Maar nee, niet alles gaat van een leien dakje als je zo’n honger hebt.

    De formulemanager voor ‘stadse winkels’

    Eugenie Verbeek is de stuwende kracht – direct in de Veghelse hiërarchie onder formuledirecteur Ralph Bertrand – bij Jumbo voor Jumbo City. Haar functietitel is officieel ‘format manager ‘stadse winkels’ Jumbo’. Ze vervult deze functie sinds begin vorig jaar, eigenlijk vanaf het moment waarop Jumbo begon met de uitwerking van een stads- en gemaksvariant van de Jumbo-formule. Met, uiteraard, veel elementen en producten van La Place, want dat horecabedrijf heeft Jumbo nu ook alweer twee jaar in huis – de bekendmaking van deze overname was in januari 2016.

     

    Verbeek heeft een hoop supermarkt- en anders wel retailervaring in huis. Ze begon als category manager voor Gall & Gall, ergens in de jaren negentig en was daarna enkele jaren bij Ahold en Albert Heijn strategieverantwoordelijk en verantwoordelijk voor formule-ontwikkeling (niet als hoofdverantwoordelijke). Daarna belandde ze in de apothekerswereld, als franchisemanager bij OPG/Mediq. Daarna werd het: formulemanager op interimbasis bij Intratuin. Daarna weer terug de supermarktsector in, als privatelabel- en categorieverantwoordelijke voor kaas, maaltijden, vleeswaren etc. bij C1000. Vervolgens gaan we naar Plus, waar ze vanaf 2015 werkzaam is als projectmanager formule-ontwikkeling, ook op interimbasis, tot december 2016, maar in januari 2017 gaat ze voor Jumbo aan de slag.

  • COOP TILBURG

    273 en nog eens 51 erbij

    Coop omvat vandaag de dag 273 supermarkten. Daarvan zijn er 205 Coop, 6 Coop Vandaag en 62 Coop Compact. En: Coop mag zich sinds afgelopen maand ook een landelijke formule noemen. Dat deed het al wel, maar als je als criterium aanhoudt dat je toch op z’n minst in elke provincie vestigingspunten hebt, dan heeft Coop daar nu aan voldaan, want er is er een geopend in het Zeeuwse Oosterland.

    Inmiddels is Coop alweer reclame aan het maken met prijsvoordeel en prijsverlagingen. Het is september, Dirk is ermee gestart (terug van vakantie die duur was, en dan naar Dirk), en de andere zijn gevolgd, zoals Plus, maar ook Coop. Daarvóór echter hebben we bioboer Giel in een Coop-commercial op tv gezien, hier komt hij terug op de agf-afdeling bij de aanprijzing van een groente-abonnement (dat doet Coop al een tijd lang), maar hij komt ook terug als decor op de buitenmuur.

    Het versaanbod, in de looprichting van agf naar vlees naar hapjes/tapas, vleeswaren, kaas, koek/koeken en de broodafdeling tegen de achterwand. Nog steeds hanteert Coop een indeling met in de lengte gezien een ‘eerste helft’ voor alle lage verspresentaties en een ‘tweede helft’ voor alle dkw in hogere stellingen.

    Coop maakt al vijf jaar gebruik van manden: losse walnoten, losse eieren, en overal rondom de agf-eilanden zie je ook manden met artikelen als tomaatjes en uien. Uiteraard met een beschikbare consumentenverpakking, al blijkt dat net op deze openingsdag de bakjes voor de walnoten niet meer voorradig zijn, iets waar bedrijfsleider Stefan van Ooijen niet echt over te spreken is – begrijpelijk. We zien wel dat Coop en Coop Vandaag enorm in elkaar aan het schuiven zijn. Ook in deze ‘niet-Coop-Vandaag’-Coop kom je veel instorecommunicatie tegen in de trant van ‘wat eten we vandaag?’

    Onder het merk Top! van Coop zien we hier ‘de best geteste slagroomtaart van Nederland’. Hoe zit dat? Coop laat een product zo maken dat het er in producttests (bij het marktonderzoeksbureau Ivomar) als beste uitkomt, en meldt dat dan op de verpakking van het product zelf. Dat is naar ons idee weer een nieuwe dimensie in de strijd om ‘de beste’. Je krijgt meteen de suggestie dat dit een test uit de Consumentengids of iets dergelijks is, waardoor je op het verkeerde been wordt gezet.

    Coop heeft drie plaatsen met diepvriesmeubels. Diepvriesfabrikanten, opgelet: tussen de agf en het vlees van Coop staat een diepvrieskast met diepvriesgroente en -vlees etc. Net vóór de kassa’s staan twee kisten, met aardappelproducten en pizza’s. En links, in het ‘laatste gangpad’, zien we nog diepvrieswandkasten met alle overige diepvriescategorieën, zoals ijs en snacks. Nou ja, we vermoeden dat dat eigenlijk niks nieuws is voor die diepvriesfabrikanten, want Coop doet dit – afhankelijk van de beschikbare winkelruimte – al sinds 2011.

    Je kunt ook zeggen: eentje meer of minder, het kon zich allang een landelijke supermarktketen noemen, zeker nadat in de enorme ruilverkaveling van vestigingspunten na de overname van Super de Boer en C1000 door Jumbo Coop 75 vestigingspunten erbij kreeg (en zelfs 1 dc erbij). Dat schoot op. En sinds deze maand schiet het wéér op. Met 273 winkels is Coop in aantallen gerekend na AH, Jumbo, Lidl, Aldi en Plus de zesde formule van Nederland geworden, met een marktaandeel dat door marktonderzoeksbureau GfK recent is geschat op 2,9%, maar vanuit Coop krijgen we door dat het actuele marktaandeel volgens de organisatie zelf inmiddels 3,2% is. En die verdere verspreiding van Coop stopt voorlopig niet. Jumbo en Coop hebben vorige maand bekendgemaakt dat Jumbo 79 Emté’s ombouwt tot Jumbo en Coop 51 Emté’s tot Coop. Waardoor het aantal Coop-vestigingen naar 324 door zal groeien.

     

    En daarom gingen we naar een nieuwe Coop: deze hier is nieuw en het zal ongetwijfeld de blauwdruk voor de verdere uitbreiding met die 51 nieuwe zijn. Deze hier is niet die in Zeeland. Is deze hier dan al de eerste omgebouwde Emté? Nee, ook niet, daarmee is Coop op 18 september gestart, in het Brabantse Gilze (hé, dat is dan nummer 274 – inderdaad). Maar enkele weken daarvóór heeft Coop in Tilburg een nieuwe winkel geopend, een winkel die voordien een Aldi was, maar Aldi wilde verhuizen en Coop nam hem over.

    Bij Coop is ook de verhouding tussen de traditionele kassa en andere afrekenvormen aan het veranderen. Bij deze Coop van 930 m2 vvo vinden we twee traditionele kassa’s, twee kassa’s aan de servicecounter en twee zelfscankassa’s.

  • Hoe ver is Picnic nu?

    Waar het druk is, is Picnic al

    Bijna drie jaar geleden begon Picnic. In Amersfoort. De start-up was een grote verrassing voor de supermarktsector. Picnic heeft in al die drie jaar consequent volgehouden ‘een landelijke uitrol’ na te streven.

    Wij gingen eens na hoever het daarmee staat.

    Picnic heeft het op één punt makkelijk, zeggen mensen uit de hoek van de traditionele supermarkten. Die kan lage prijzen vragen, want heeft niet de vastgoedkosten van een traditionele supermarktketen. Nee, inderdaad, maar wat zouden al die elektrische autootjes wel niet kosten bij elkaar? Huur, lease, eigendom? Ze zullen niet de prijs van een stevige Tesla hebben, maar elektrische karretjes zijn in de regel duur. Waar rijden ze vandaag de dag allemaal? Dat is op deze kaart te zien. We noemen eerst maar ’s de grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Tilburg, Breda, Nijmegen, Almere, Leiden, Zoetermeer, Den Bosch En van de iets minder grote steden bezorgt Picnic in: Apeldoorn, Helmond, Gouda, Ede, Veenendaal, Lelystad En dan de plaatsen die onder de rook van grote steden liggen: nabij Amsterdam: Hoofddorp. nabij Utrecht: Maarssen, Nieuwegein, IJsselstein, Houten, Zeist, Bunnik, Bilthoven, Den Dolder nabij Amersfoort: Leusden, Soest, Soesterberg nabij Den Haag: Delft , Rijswijk, Nootdorp, Leidschendam, Voorburg, Delfgauw, Den Hoorn nabij Zoetermeer: Benthuizen nabij Ede/Veenendaal: Bennekom nabij Rotterdam: Schiedam, Vlaardingen, Capelle a/d IJssel, Nieuwerkerk a/d IJssel nabij Gouda: Reeuwijk, Waddinxveen En dat gaat dan vanuit dat ene verdeelcentrum in Amersfoort, waar alle spullen vanuit het dc van Boni in Nijkerk bij elkaar komen? Welnee, voor elke stad van formaat heeft Picnic wel ergens een dc of ‘hub’ gehuurd en ingericht.

     

    Van Diemen tot Utrecht tot Eindhoven etc. Het dc van Utrecht bijvoorbeeld is gelegen op dat grote bedrijventerrein tussen Maarssenbroek en Utrecht in. De eigenaar van het gebouw is C. van Heezik, een bedrijf dat ook in de levensmiddelensector actief is, met diepvrieslogistiek. Picnic is ook groter geworden in een andere zin. Als het bedrijf in een kleinere plaats begint, beperkt het aanvankelijk het aantal bezorgdagen. Dat is al een extra beperking, want de grote beperking van Picnic is dat het niet bezorgt wanneer de consument dat wil, nee, Picnic heeft zoals bekend zelf invloed op het bezorgmoment en kan zodoende bestellingen van meer huishoudens aan elkaar verknopen tot één rit, en dan het liefst dicht bij elkaar: zoveel mogelijk leveringen in één vervoersbeweging. En als dan de interesse van huishoudens toeneemt of steeds meer huishoudens geïnteresseerd zijn, dan gaat Picnic over tot dagelijkse bezorging. In sommige gebieden is dat zelfs zeven dagen in de week. Bijvoorbeeld in de steden Veenendaal en Ede.

     

    Dat is wel vreemd. Die twee steden mogen dan weliswaar door hun bevolkingsgroei een mix van gelovigen en niet-gelovigen zijn, van oudsher is de invloed van het calvinisme er wel degelijk. En op de zondag is het daar rustdag. Maar het kan zijn dat Picnic juist die twee steden heeft uitgekozen omdat er op zondag geen supermarkt open is, althans, minder dan in steden als Amsterdam of Maastricht. Oké, je kunt als inwoner van een godvruchtige stad best bedenken dat je niet naar een supermarkt mag. De vraag blijft wel of je gelovige buren het in orde vinden dat je een Picnic-wagentje laat komen op de dag des Heren.

     

    Heeft Picnic nog witte vlekken? Nou en of, Picnic is – zoals dat heet – bovenregionaal, maar zeker nog niet landelijk. Ten zuiden van Eindhoven komt Picnic nog niet, ten noorden van Almere en Amsterdam ook nog niet. Maar het mag duidelijk zijn dat Picnic in deze eerste drie jaar vooral heeft gemikt op de dichtbevolkte gebieden: steden en vandaaruit de omgeving rondom die steden. Met het zwaartepunt in de provincies Zuid-Holland en Utrecht, en vandaaruit nog een bruggenhoofd naar het noorden (Amsterdam), de grote steden in het dichtbevolkte Noord-Brabant (Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch) en een trek naar het oosten (Veenendaal, Ede, Nijmegen). En we mogen niet vergeten dat Picnic inmiddels in het Roergebied experimenteert. Dat is dan geen assortiment van Boni en Superunie, in dat land is marktleider Edeka de grote leverancier. Picnic noemt zichzelf nog lang geen landelijke speler. Dat siert het bedrijf, we hebben het onder supermarktbestuurders wel ’s anders meegemaakt, vier provincies en dan maar kwaken dat je een landelijke speler bent. Veel te grote schoenen. Maar als je dat bedenkt: Picnic zou je inmiddels ‘best een landelijke speler’ kunnen noemen: Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland, Noord-Brabant, Gelderland. Me dunkt.

     

    Het duurde aanvankelijk lang voordat Picnic verder ging dan z’n eerste stad. Najaar 2015 startte Picnic in Amersfoort, en eromheen plaatsen als Leusden en Soest. Daarna duurde het tot juni 2016 voordat Picnic een tweede plaats koos, dat werd Utrecht, met in het kielzog Maarssen. Toen die tweede plaats eenmaal bekend was gemaakt, kwam er snel een andere grote plaats bij. Een maand later werd Almere gemeld. Daarna duurde het weer ettelijke maanden voordat opeens een sprong werd genomen naar ‘alles wat rondom Den Haag ligt, behalve Den Haag zelf ’. Dat waren Delft, Leidschendam, Voorburg, Nootdorp, Delfgauw en Den Hoorn. Den Haag zelf, nee, die stad werd nog eventjes gemeden, maar van de andere kant, dat was maar een maand later, eveneens voorjaar vorig jaar. Bovendien, in dit overzicht ontbreekt ook enige finesse: want Utrecht mag dan de tweede stad zijn waar Picnic begon, maar het duurde bijvoorbeeld tot oktober vorig jaar voordat Picnic in Utrecht-Oost begon te leveren. en het is zeker niet zo dat Picnic dat wegmoffelt in een soort propagandabehoefte. In een persbericht liet het naderhand weten: “Zoals gebruikelijk start Picnic vanuit enkele wijken, waarna de bezorging geleidelijk over de gehele stad wordt uitgerold.”

    De eerste Picnic-wagen in de Amsterdamse grachten. Picnic begon afgelopen voorjaar in de hoofdstad te leveren.

  • DEKAMARKT WORLD OF FOOD AMERSFOORT

    Inmiddels een vaste waarde bij Dekamarkt

    Begin deze maand ging de zesde Dekamarkt World of Food open, in Amersfoort. Langzaam maar zeker begint deze grote formulevariant binnen Dekamarkt en dus ook binnen Detailresult een vaste waarde te worden. Aanvankelijk was Dekamarkt World of Food een eenling, in die enorme vestiging van Dekamarkt aan de Spoorsingel in Beverwijk. Die Dekamarkt werd vier jaar geleden ingrijpend vernieuwd en
    kreeg toen de naam Dekamarkt World of Food.

     

    Aanvankelijk ook, leek het daarbij te blijven. Dekamarkt had immers maar één vestiging die zo groot was, ongeveer 4.500 m2 vvo. Maar twee jaar terug opende Detailresult een nieuwe Dekamarkt World of Food, in Apeldoorn, en kort daarop in Doetinchem. De opening in Apeldoorn was het startsein voor uitbreiding. Inmiddels omvat Dekamarkt World of Food zes vestigingen, inclusief deze, sinds enkele weken in de Amersfoortse wijk Vathorst. Waar Dekamarkt World of Food Beverwijk in enkele opzichten nog buitenissig was (of juist geweldig, dat ligt eraan hoe nuchter of hoe ‘belevenis-achtig’ we het in onze sector willen zien), zijn de volgende vestigingen wat ingetogener. Initiatieven als een koffiebranderij-afdeling met koffiebonen die je in bediening kunt kopen zoals in Beverwijk destijds, zien we niet meer terug in de latere vijf vestigingen.

     

    Dat is dan misschien jammer, maar net als elke andere formule wordt er soms flink uitgepakt om vervolgens tot de bevinding te komen dat sommige ‘theateronderdelen’ te veel van het goede zijn voor iets dagelijks en gewoons als een supermarkt. Maar het goede nieuws voor de sector is dat niet alleen Albert Heijn en Jumbo met AH XL en Jumbo Foodmarkt de show willen stelen met een supermarkt die de gebruikelijke maten in de Nederlandse supermarktsector te boven gaat; Detailresult wil dat ook nog steeds. Met als gevolg dat van de 81 Dekamarkten er momenteel zes een Dekamarkt World of Food zijn. En zo wordt het een vaste waarde. Anders gezegd: van alle huidige Dekamarkten is 13,5% Dekamarkt World of Food.

    Bij de broodafdeling zien we bij een paar varianten het bordje ‘vandaag consumeren’. Navraag leert dat dit gewoon een suggestie van Dekamarkt is om de consument erop te attenderen dat ‘dagvers’ hier de kwaliteit bepaalt. Wie het later dan vandaag wil opeten, mag dat uiteraard zelf weten. Het bord is wel een kwaliteitssignaal. Die boodschap geldt hier trouwens voor broden die we van Dekamarkt nog niet kennen; ‘pane completo’ (volkoren), ‘pane bianca tigre’ (tijgerwit) en ‘pane cereali’ (met zaden/granen).

     

    De naamgeving is Italiaans, en voor de verandering eens niet Frans. ‘Pane completo’ is wel zeer onderscheidend qua naamgeving, omdat volkorenbrood op z’n Frans ‘pain complet’ heet en op z’n Italiaans ‘pane integrale’. Kennelijk is hier gekozen voor een ‘blur’ tussen Frans en Italiaans. Er is trouwens ook een ‘Franse lijn’ bij Dekamarkt, al sinds jaren: de broden onder de naam ‘Batard’. (En even een signaal aan alle Jumbo-, AH- en de andere Superunie-leden-broodcategorymanagers: dat quasi-Franse-quasi-Italiaanse volkorenbrood smaak uitstekend…) In het midden van de broodpresentatie staat een snijmachine. En die trekt veel bekijks, vooral van kinderen die ‘zelf brood snijden’ en dat razendsnel zoevende mes in die machine fascinerend vinden.

    Daarbij, van de drie ‘superstore’-varianten die de Nederlandse supermarktsector rijk is, zijn er momenteel twee die nog steeds worden uitgebreid. Albert Heijn vernieuwt en actualiseert nog steeds wel zijn AH XL’s, maar er komen er al jaren geen meer bij en het heeft er alle schijn van dat AH dat ook zo wil laten. De andere twee wél: Jumbo Foodmarkt en Dekamarkt World of Food, van die twee neemt het aantal nog steeds toe, weliswaar slechts stapsgewijs, maar toch. Nee, karkassen zoals ooit in Beverwijk hangen er niet meer. Maar de vraag is of dat een gemis is. In plaats daarvan is er een rijpingskast gekomen; we zien het op de bordjes staan: diamanthaas en rosbief ‘van eigen vee’. Er liggen tal van steaks die ofwel op Argentijnse ofwel op Franse leest geschoeid zijn en er is ook enige mate van gemak: voorgesneden carpaccio, kant-en-klaar gemaakt.

     

    Dekamarkt World of Food is niet meer het grote foodtheater zoals dat ooit in Beverwijk werd neergezet, maar: moeten we dat erg vinden? Nee. Elk bedrijf heeft zogezegd recht op z’n eigen winstgevendheid. Dat er dan na jaren sommige aanstekelijke modules en afdelingen verdwijnen, het zij zo. Maar het blijven mooie grote supermarkten waar ruimte wordt gemaakt voor artikelen die in de gewone supermarkt en weeskindje zijn. Het is ‘maar Vathorst’, het is maar een wijk in Amersfoort – maar de bewoner van Vathorst kan er kant-enklare carpaccioschotels kopen, bijzondere kaasjes, kruidenmixen die je verder nergens zomaar tegenkomt. Onderscheidende volkorenbroden, een enorme variatie in bonbons en pralines en speciale stukken Franse en Argentijnse steaks van de veestapel van de familie (Siem en Jan) Kat, de familie die samen met de familie Van den Broek de eigenaren zijn van Detailresult.

    De aankleding van deze Dekamarkt World of Food is soms ondanks de grootte ervan, best sober: grijs, rood, wit, het is net of andere kleuren vermeden worden. Maar voor het aanbod geldt dat juist niet: chocolaatjes, koek, pinda’s, noten, rijstcrackers, bonbons en pralines te over. Allemaal verwen- en genietproducten, meteen na de broodafdeling. Altijd goed van elkaar gescheiden, in kleine presentaties of op eilandjes, zodat de consument ze ook goed ziet. Voor de bonbons en pralines heeft Detailresult zelfs een eigen merk in het leven geroepen: ‘Le Chocaleur’

    De wijnafdeling van Dekamarkt World of Food is steeds meer vormgegeven zoals de slijterijketen van Dekamarkt eruit ziet: Dekawijnmarkt. We zien hier op deze afdeling ook een beeld van Miriam Leijen, verantwoordelijk voor de wijninkoop van Dekamarkt en/of voor geheel Detailresult.

  • FORMULE-ATLAS: Dokkum

    De formule-atlas van FoodPersonality: maandelijks worden van een stad, dorp of ander marktgebied de kenmerken beschreven en de in het gebied actieve supermarktformules. De gegevens zijn afkomstig van BVDW, een in winkelonderzoek gespecialiseerd bureau.

     

    Lage vloerdruk

    Het supermarktaanbod in Dokkum vervult een bovenlokale verzorgingsfunctie en trekt veel klanten uit de omliggende kernen. Voor de gemeente Dongeradeel als geheel ligt de supermarktdichtheid namelijk op 0,32. Dit duidt op een relatief lage vloerdruk wat mede het gevolg is van een flinke concurrentiedruk tussen de bestaande supermarkten. Er is geen sprake van marktruimte om nieuw supermarktaanbod distributief te verantwoorden.

     

    Geen centrumsupermarkt

    De grootste supermarkt in Dokkum is de Jumbo aan de Hantumerweg van ruim 1.300 m² wvo. Daarachter volgt de Albert Heijn aan de Koophandel met ruim 1.200 m² wvo en een Lidl aan de Walddyk met ruim 1.100 m² wvo. Gekeken naar marktsegmentering kan worden geconcludeerd dan inwoners van Dokkum en omgeving kunnen beschikken over een breed palet aan supermarktformules. Alle segmenten worden bediend. Albert Heijn en Jumbo bedienen het hogere segment met formuleconcepten waar service centraal staat. Van deze twee heeft Jumbo de sterkste prijsfocus. Het middensegment wordt bediend door de Friese formule Poiesz aan de Houtduif met bijna 700 m² wvo. In Anjum en Holwerd zitten verder nog twee vestigingen van Coop. Het lagere segment wordt bediend door Lidl en Aldi, beiden gevestigd in Dokkum. Opvallend is dat het centrum van Dokkum geen supermarkt huisvest terwijl een supermarkt juist voor dit soort plaatsen belangrijk is als trekker in het centrum.

     

    Leefbaarheid dorpen

    Interessant aan het marktgebied Dokkum is dat waar landelijk sprake is van een trend waarbij kleine supermarkten (tot 500 m² wvo) omvallen of doorgroeien, deze in Noordoost-Friesland nog in flinke getale aanwezig zijn. Er is in de kernen Holwerd, Oosternijkerk en Ternaard nog sprake van voldoende draagvlak onder de lokale bewoners om deze supermarkten rendabel te houden. Daarbij speelt overigens wel mee dat in deze streken sprake is van een grote sociale cohesie (inwoners zijn betrokken en begrijpen het belang van een supermarkt voor de leesbaarheid van het dorp) en in dit geval ligt de kern Dokkum bovendien op relatief grote afstand.

     

    Supermarktplan afwijzen

    Het totale omzetpotentieel van supermarkten in de plaats Dokkum bedraagt circa € 31 miljoen. Er is een vloerproductiviteit becijferd van circa € 5.200 en deze ligt daarmee fors onder de landelijke norm volgens Detailhandel.info (€ 8.381,-). Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat er binnen de lokale supermarktstructuur sprake is van een substantieel overaanbod. Deze bevindingen komen overeen met de recent (mei 2018) door de gemeente gepresenteerde Supermarktstructuurvisie. De direct aanleiding voor deze visie waren plannen van een ondernemer om een tuincentrum te transformeren tot supermarktlocatie. Op basis van de opgestelde visie kon de gemeente Dongeradeel dit plan gemotiveerd afwijzen.

     

    Allen relocatie/vervanging

    Het beleid van de gemeente is erop gericht op de bestaande supermarktstructuur in tact te houden. Toekomstige supermarktlocaties moeten de binnenstad versterken dan wel het verzorgingsniveau in de woonwijken c.q. dorpskernen verbeteren. De gemeente wenst alleen mee te werken aan nieuwe ontwikkelingen die het gevolg zijn van relocatie of vervanging van bestaande locaties.

     

     

     

FP+ is alleen toegankelijk voor abonnees. Registreer met uw e-mailadres en uw abonneenummer om toegang te krijgen. U vindt uw abonneenummer op het adreslabel van het magazine (of stuur een mail naar vakblad@foodpersonality.nl).

Registreer
Login
Nog geen abonnement? Bestel hier.

FP+ is alleen toegankelijk voor abonnees. Registreer met uw e-mailadres en uw abonneenummer om toegang te krijgen. U vindt uw abonneenummer op het adreslabel van het magazine (of stuur een mail naar vakblad@foodpersonality.nl).

succes
of registreer.
Nog geen abonnement? Bestel hier.

FP+ is alleen toegankelijk voor abonnees. Registreer met uw e-mailadres en uw abonneenummer om toegang te krijgen. U vindt uw abonneenummer op het adreslabel van het magazine (of stuur een mail naar vakblad@foodpersonality.nl).

succes
of login.
Nog geen abonnement? Bestel hier.